In 1885 worden op de conferentie van Berlijn de koloniale gebieden van Europa op het Afrikaanse continent verdeeld. Het huidige Zaire, toen nog Kongo, viel ten deel aan Belgie en werd persoonlijk bezit van de toenmalige koning Leopold II. Het duurde nog tot 1960 voordat het Afrikaanse land onafhankelijkheid werd.
De hectische geschiedenis, rond de onafhankelijkheid in 1960 en de vroege dagen van de republiek, krijgen gestalte in de tragische persoon van Patrice Lumumba. Hij is voorzitter van de in 1958 opgerichte Mouvement National Congolais. Deze jonge, autodidacte nationalist wordt op 30 juni 1960 op 36-jarige leeftijd het eerste regeringshoofd van de nieuwe onafhankelijke staat. Belgie laat het land na de soevereiniteitsoverdracht aan zijn lot over zonder enige basis voor eigen bestuur te leggen. Vanaf dag één hangt het Zwaard van Damocles boven zijn hoofd en weet Lumumba zijn functie slechts twee maanden te handhaven. Dan gaat hij ten onder aan een hevige nationale machtsstrijd, gevoed door de internationale krachten waarbij de westerse mogendheden hem als een gevaarlijke communist afschilderen. Terwijl de Sovjet Unie hem als een belangrijke nieuwe bondgenoot op het Afrikaanse continent ziet. Lumumba delft niet alleen politiek het onderspit maar moet voor zijn idealen de ultieme prijs betalen als hij in Katanga door zijn opponenten vermoordt wordt.
Raoul Peck vertelt het waargebeurde levensverhaal van een politiek schaakstuk op het internationale bord waar geen regels gelden. Alle ingrediënten voor een goede thriller zijn voorhanden en bandieten, dieven, spionnen, goede & slechte politieagenten, femmes fatales, avonturiers en racisten kleuren het beeld rond Lumumba in. Uiteraard passeren ook Lumumba's politieke medestrijders en opponenten, als Kasa-Vubu en Mobutu, de revue.
Peck toont de tot symbool verheven politicus met al zijn sterke punten maar ook zijn zwakheden. Een eenzaam man. Eenzaam door zijn benarde positie als leider van een land dat twee dagen na de onafhankelijkheidsverklaring al weer uiteen viel. Eenzaam door het ontbreken van grote mannen die hem steunden. Eenzaam in de dood.