Bâbâk, een onlangs gepensioneerde schoonmaker van 57, ontvluchtte zijn vaderland (Afghanistan) twintig jaar geleden. Zo probeerde hij zijn verleden, zijn familie, zijn beroep en zijn thuisland te vergeten.
Als hij, zoals elke ochtend, in de keuken van zijn Belgische pension zit wordt de rust wreed verstoord door de komst van een vreemdeling genaamd Sârbân. De ietwat excentrieke Sârbân is in de stad om te zoeken naar een sinds lang verdwenen familielid.
De komst van Sârbân brengt Bâbâk uit zijn evenwicht. Sârbâns verhalen brengen beelden en herinneringen uit het verleden naar boven, juist nu hij dacht deze voorgoed te zijn vergeten.
Lichtelijk verdwaasd zwerft Bâbâk die dag door de stad, terwijl Sârbân elders zijn zoektocht voortzet.
Aan het eind van de dag, als de twee elkaar weer ontmoeten in het pension, loopt de spanning zo hoog op dat er zelfs een gevecht plaatsvindt. Op dat moment wordt Bâbâk geconfronteerd met de duistere nachtmerrie uit zijn verleden waardoor hij destijds zijn innerlijke ik heeft verbannen.